Het Internet of Things, meer dan technologie.

Het Internet of Things, meer dan technologie.

Technologische generaties volgen elkaar snel op. Voor ons is het nog redelijk inzichtelijk dat een Near Field Communication, NFC tag op een pak koffie of een t-shirt een filmpje kan triggeren op mijn tablet of smarphone. Mijn telefoon heeft een NFC lezer. De tag wordt uitgelezen door de lezer in de telefoon. Mijn telefoon is altijd online. De NFC tag heeft een url gecodeerd in de chip en die url wordt opgeroepen op het moment dat ik de tag uitlees. Er wordt een webpagina aangemaakt uit een template (toets een willekeurig barcode nummer in Google en je vindt een pagina met het product en Like en Twitter buttons) of, als je ingelogd met in Facebook, een Facebook pagina waarop je in realtime kan zien wie in je netwerk ook van die koffie houdt, en hey als je nog twee kopers vind vandaag krijg je extra punten in Candy Crush Saga!

Wij kunnen dus nog snappen dat er een actie is, een reactie en een derde partij; een database die ons specifieke informatie stuurt. Laten we nu kijken hoe de volgende generaties hierop reageren. Ze groeien op met software in bijna al hun speelgoed en zullen zeker vroeger tablets hebben. Ze houden hun speelgoed of tablets tegen elk willekeurig object en er begint iets te spelen of er verschijnt een tekening op hun scherm. Ze groeien op in het volle besef dat alles iets triggert en kunnen zich niet meer voorstellen dat dat niet de normale gang van zaken is. Daarmee valt voor hun het besef weg dat het scherm, het ding wat iets doet bewegen en de realiteit volledig één zijn. Wij weten nog dat er een tag is die iets triggert. Voor hun is het feit dat iets wordt getriggerd een kwaliteit van het ding geworden, net als grootte, textuur, kleur, onlosmakelijk onderdeel van de realiteit. In een of twee generaties zal de wereld dus volledig beheersbaar en te scripten zijn, omdat zelf het vermogen tot het alternatief te zien volledig voorspelbaar is.

Ik (50) ben opgegroeid in een tijd dat computers en software volwassen zijn geworden als stand alone objecten. Tot in de jaren tachtig werd nog beweerd dat computers niet geschikt hoefden te worden gemaakt voor thuisgebruik omdat wij nooit thuis herinnerd zouden willen worden aan ons ‘werk’. Nu zijn ze alomtegenwoordig, in desktop computers, laptops, tablets en smartphones. De lijm die apparaten met elkaar laat praten en ervoor zorgt dat een actie (‘meet dit’) ook een reactie krijgt (‘temperatuur is 23 graden’) is software. Het is deze nieuwe taal – programmeertalen – die de filosoof Heidegger voorzag maar niet aankondigde noch wist of die te vermijden was of versneld moest worden. Hij zag dat er een fundamentele verschuiving plaats vond.

In de mechanica van de slinger zijn wij als mensen nog altijd aanwezig . We draaien een knop, we spannen iets aan, we schakelen. We zien wat er gebeurd en we kunnen de logica van elke stap volgen. We hebben als mens nog een redelijke mate van controle op het proces. Met software is het voor ons onmogelijk het hele proces te volgen. We moeten genoegen nemen met de output en kunnen die wel terug berekenen, maar ook daar zijn computers en software voornodig. Als je daar goed over na denkt dan is het eigenlijk onvoorstelbaar dat hier geen breed maatschappelijk debat over is geweest. Wie bouwt computers? Wie schrijft software? Wie heeft er welk belang bij? Al die vragen zijn nooit gesteld. Misschien kwam dat omdat we als individu het gevoel hadden dat we toch ergens aan het beginpunt van de keten zaten; wij gaven de computer een opdracht, we voerden een zoekopdracht in de browser in, we bouwen zelf applicaties en verzinnen zelf de diensten die we willen ontwikkelen. Omdat we ons ergens nog thuis voelden in het proces; als individuele opdrachtgever, konden we nog een beeld hebben van onszelf met een zekere agency. Maar eigenlijk waren we al met één voet aanbeland in het niemandsland waar Heidegger al geen agency meer in voor ons voorzag.

 

Met het Internet of Things (IoT) staan we volledig in ons onbekend terrein. Paradoxaal genoeg lijkt het ons juist meer handelingsreikwijdte te geven, veel meer data in realtime, veel meer data met betaalbare algoritmes die direct voor ons informatie bevatten, veel meer inzicht in mijn eigen gezondheid met allerlei apparaten die iets monitoren zoals de Fitbit en de slimme horloges, meer inzicht in hoe het huis het doet qua energie met de NEST en andere domotica, meer veiligheid en rust of ruimte of te werken in de zelfrijdende auto, meer inzicht door open data programma’s in hoe de stad en het land uiteindelijk echt georganiseerd is.

En toch voelen ons vaker onzeker. Dat is perfect verklaarbaar. We missen in deze volledig geautomatiseerde omgeving, lees een omgeving die zoveel mogelijk dingen ook digitaal kan benaderen of digitaal kan uitlezen, een helder moment van waar we zelf staan in het proces van communicatie en betekenisgeving. We weten niet meer wie wat waar bekijkt, uitleest, een handeling op uitvoert. Overal waar we staan in Nederland op elk willekeurig moment kan jij met je pas, met je jas, met je auto, in je auto, in je huis, met de aankoop van een pak waspoeder, iets in gang zetten en je weet niet wat. We wandelen echt in een woud vol tekenaren. We zijn zelf de tekens. En nee, het is geen sprookjesbos. Niet alles kan zomaar alles zijn. Het is geen magische wereld vol tovenaars en gezellige fijne spookjes. Elk ding heeft slecht één RFID of NFC code en slechts één IP adres. Het is dat adres dat naar een database gaat van een overheid of een bedrijf. In de database staan de handelingen , de acties die kunnen gebeuren; maak de deur open, geef deze klant korting, zet de temperatuur hoger om 16:00…..

Dat is nogal wat. Hoe heeft dit zo snel zo ver kunnen komen?

En wat is het eigenlijk? Internet of Things?

Er zijn twee manieren om het te beschrijven. Natuurlijk zijn er meer. Ik stel voor dat U nu the internet of things in Google of Startpage typt. U ziet dat het over alles lijkt te gaan; elk domein van home security, tot landbouw en retail; elke horizontale uitdaging van energie in batterijen tot smart grids, tot interoperabiliteit (kan mijn apparaat met jouw apparaat praten?) en open source, nieuwe business modellen en OTT, Over The Top spelers als Über, Helpling en AirBnB die platformen bouwen op open data of data die gebruikers zelf ter beschikking stellen, en discussies over UBI, Universeel Basis Inkomen als de enige oplossing voor de toename van robots in het arbeidsproces. Internet of Things bedreigt niet alleen banen in fabrieken, maar door de slimheid van de output (het verwerken van grote hoeveelheden data met steeds slimmere algoritmes, lees Big Data) staan banen als accountants en documentalisten in de gevarenzone. Dat wil zeggen; voor mensen. Het is niet zo dat we robots zullen zien lopen op kantoren. Nee, omdat de monitoring en transparantie van alle transacties radicaal ‘totaal’ is zal het idee ‘controle op’ gewoon verweven worden in alle stappen in de keten. Het is nu al een tijdje zo dat de Belastingdienst schotten moet bouwen in hun databanken, omdat ze nu al zeer veel kunnen zien wat wettelijk nog niet mag. Nu vullen ze al voor een groot deel of volledig uw aangifte in. Logischerwijs kan in een volgende stap elke inning of toeslag gewoon volledig automatisch gebeuren. Net als elke verkeersboete automatisch van uw rekening zou kunnen gaan. De vraag is natuurlijk wilt U dat? Maar ook heeft U nog iets te willen? Heeft U ooit nagedacht of geprotesteerd toen het hele land werd volgehangen met camera’s? Heeft U zich ooit afgevraagd of een ‘verbetering’ ook een echte vooruitgang was? Hoe voelt U zich op een station waar geen mens meer is maar alleen automaten? Nu betaalt u met een pasje, binnen een paar jaar betaalt U met uw telefoon. Gaat U dan nog überhaupt anoniem kunnen reizen, als U dat zou willen?

De eerste beschrijving om IoT te begrijpen kunt U zich het best voorstellen als een driehoek met twee tech-push ontwikkelingen en één sterke pull factor: onszelf. Nooit haalden we sneller de 1 miljoen verkochte apparaten factor dan bij de mobiele telefoon. Radio, tv, de desktop, het duurde allemaal veel langer. Er zijn landen met meer smartphones dan mensen.

RFID, Radio Frequency Identification, is één van de zijden van de driehoek. U weet wanneer de eerste barcode op een product werd bevestigd? 1974. Het voorbereidend werk was immens. De standaarden organisaties moesten iedere fabrikant, ieder domein en iedere fabriek overtuigen een deel van hun datastromen te delen. Waarom? Om gezamenlijk als makers van dingen onderdeel te zijn van een wereldwijd netwerk en zo logistiek afzonderlijk voordeel te halen uit het systeem. Er zijn twee nadelen aan de barcode. Alhoewel barcode scanners ook steeds slimmer worden is er toch vaak een ‘line of sight’ nodig. Zo zie je de kassière in de supermarkt vaak dingen draaien of toch het nummer intypen. Ook hebben duizend of tienduizend artikelen hetzelfde nummer. De barcode is niet uniek.

In 1999 kregen MIT onderzoeker Neil Gershenfield en mensen van het Auto-MID lab de RFID tag onder de penny cost; een magische grens voor massa productie. Zou het mogelijk zijn was hun punt dat we de barcode gaan vervangen door een RFID tag? Dan kunnen we elk product wereldwijd volgen. Hoe werkt RFID immers? U kent het van het de kaart die U krijgt in een hotel, of de kaart die U gebruikt op kantoor. Als U een OV kaart heeft dan weet u dat u de kaart op de scanner legt. In de kaart zit een antenne en een chip. De scanner of RFID lezer straalt radio golven uit die worden opgepikt op een specifieke frequentie door de antenne in de kaart (of in een T-shirt of kopje of bos bloemen – want de chip en de antenne hoeven natuurlijk niet onvermijdelijk in een kaart te zitten). Dat triggert de chip en de chip zendt een uniek nummer door. Dat unieke nummer wordt uitgelezen en doorgestuurd naar een database en verwerkt in programma’s die in de software van de lezer zelf aan het werk zijn. Hoe het signaal ook verwerkt wordt en komt een actie op vanuit de ‘achterkant’; de databank. Die actie kan van alles zijn. In dit geval; doe het hekje open (want er is nog genoeg geld op de kaart, of want dit nummer heeft toegang tot dit perron, of deze hotelkamer…) RFID is al verweven met onze dagelijkse handelingen, in ons paspoort, in de bankpas, OV kaart en de anti-diefstal systemen.

De derde zijde van de driehoek is IPv6. IPv6 is de opvolger van IPv4. IPv4 is het protocol dat het Internet doet draaien. Het is nog niet zo oud. In feite is het internet heel recent. Het is ontwikkeld als het ARPANET, een militair netwerk opgezet om bij een kernaanval niet alle informatie op één punt te verliezen. Er werd bedacht als we nu computers aan elkaar koppelen die continue alle data uitwisselen dan en stel dat je er vier hebt, dan is de kans dat ze allemaal tegelijk vernietigd worden erg klein. Het werd in handen van academici gegeven, die maakten email als de eerste applicatie. Begin jaren 80 waren er vier computers die draaiden met Ipv4. Er waren andere protocollen maar deze won omdat het zo’n elegant systeem is. Je verstuurt een boodschap, die wordt verdeeld in pakketjes en die worden weer verstuurd zonder garantie dat het ook aankomt. Het is niet perfect, maar het werkt. De ontwerpers werkten met grote desktops en konden zich gewoonweg niet voorstellen dat er meer dan 4 miljard unieke IP adressen zouden nodig zijn, omdat ze zich niet konden voorstellen dat er meer dan vier miljard van dit soort dingen op aarde zouden komen. En nu heeft iedere telefoon een IP adres en worde ze in koelkasten, auto’s, wasmachines, lampen (denk aan de Philips Hue)…ingebouwd. Er was dus een nieuw protocol nodig; IPv6. Met dit nieuwe systeem kan alles maar dan ook alles voorzien worden van een IP adres. Op de recente CES in Las Vegas, waar IoT is ontploft als aanjager voor de gehele IT industrie, zijn honderden startups met online dingen. Wat dit betekent? Dat alles wat u in huis heeft waar software in zit of in kan ook effectief een IP adres gaat krijgen.

Google speelt de hoofdrol in de tweede manier om Internet of Things te beschrijven en begrijpen. We breken dan de grote reikwijdte van IoT op in vier stukken: BAN, LAN, WAN, VWAN.

Het Body Area Network (BAN) is waar we de wearables van vandaag vinden. Een groeiende markt omdat alle stakeholders van gezonde tot zieke mensen, doctoren, mede-patënten of mede-hardlopers, verzekeringsmaatschappijen, en ziekenhuizen er baat bij hebben meer realtime data te hebben over uw gezondheid. Laten we het hier even niet hebben of U dat wil, dat is onderdeel van een breed maatschappelijke debat dat we gezamenlijk moeten gaan voeren. Dat BAN netwerk werkt technisch vooral met RFID, NFC en allerlei sensoren die temperatuur, beweging, hartslag… meten.

Het Local Area Network (LAN) vinden we in uw huis. Daar is de slimme meter de mogelijke interface of het mogelijk dashboard waar U ziet hoeveel energie uw apparaten gebruiken. Ook kunnen daar verschillende acties worden ondernomen,. Als er zoveel licht is, laat dan de rolluiken neer. Als Piet thuiskomt dan mag de magnetron aan. Met IPv6 in de nieuwe wasmachine is het mogelijk dat die zelf beslist wanneer te wassen als de energieprijs het laagst is. Ook kan je gemakkelijk zien hoe je huishouden scoort op energie efficiëntie ten opzichte van gelijkaardige gezinnen. Hier vinden we Bluetooth, GSM en Wi-Fi.

Het Wide Area Network (WAN) ook wel Telematics genaamd, beslaat het transport; de auto, de bus, en trein. Eén van de focusgebieden van fabrikanten is nu de Connected Car; een auto die niet alleen volledig online is van binnen met internet, schermen en allerlei apps, maar ook van buiten met sensoren om niet te botsen met parkeren, luchtvervuiling te meten en afstand te houden van andere voertuigen. In één EU pilot wordt bekeken of auto’s niet in packs kunnen rijden, d.w.z. met een lead auto die anderen ‘op sleeptouw’ neemt. Hier vinden we WIMAX (Wi-Fi netwerken over grote afstand) en GPS.

Het Very Wide Area Network (VWAN) is beter bekend als de Smart City of de Slimme Stad. In Rio de Janeiro levert IBM CISCO de burgemeester van de stad een ‘dashboard’ waarop hij alle datastromen gemeten met allerlei soorten sensoren te zien krijgt met daarboven ook wenselijke scenario’s en prioriteiten om actie te ondernemen. Overal ter wereld kloppen industriële consortia aan bij de grote steden. Wij installeren de sensoren en wij leveren de data, jullie doen er je voordeel mee want je krijgt realtime data over wat er in de stad aan het gebeuren is. Wat ze er niet bij vertellen is dat je de ruwe data – ook als ze van sensoren van de stad zelf komen – mengen met hun formats van hoe ze die ruwe data opslaan in een database. Die krijg je nooit meer ‘schoon’ terug’. Koop je eenmaal zo’n pakket van Microsoft Next, of IBM Cisco dan zit je daar voor de rest van je leven aan vast. En burgers? Die hebben met hun belastingen een organisatie genaamd – staat – gefinancierd om data te verzamelen en toch ook weer terug beschikbaar te stellen aan de burgers zelf (open data). En nu huurt die organisatie – de staat – weer een verzameling bedrijven in om met diezelfde open data nieuwe en oude diensten aan te bieden aan diezelfde burgers die nu voor een tweede keer moeten betalen.

Laten we nu eens kijken naar wat Google doet. Google heeft op elk terrein twee ingangen. Voor de BAN hebben de ze Glass en de Lens. Natuurlijk kan iets niet meteen aanslaan, zoals Glass en zal er wel snel een T-shirt komen, of een (broek)riem of een ring. En Glass kan binnen een paar jaar weer worden opgepikt. De slimme lens kijkt ook naar je bloedspiegel en kan interessant zijn voor suikerziekte. De data over je gezondheid die van deze apparaten komen worden netjes direct overgebracht naar de slimme thermometer, NEST, die Google kocht voor 2 miljard dollar omdat het Powermeter die hetzelfde wou doen niet echt aansloeg (LAN). Op dit punt heeft Google dus de beschikking over data van je meest intieme plaatsen, je eigen lijf en je eigen huis. Dan ga je ergens naar toe met de auto. Google heeft een eigen auto. Google zit in meerdere consortia van autofabrikanten. Via Youtube en Google diensten die niet afzonderlijk afkoppelbaar zijn (Google + Gmail…) zijn ze uiteindelijk in alle auto’s afwezig (WAN). Er is niet één bibliotheek die niet door Google wordt gesponsord. Droom je van een eigen open data project, Google mailt je de volgende morgen. Eric Schmidt, kerndenker bij Google, heeft prima ideeën over nieuwe vormen van besluitvorming in plaats van het democratisch falen dat we nu overal zien, maar hoe je het ook wendt of keert Google blijft een bedrijf dat op de beurs is en op elk willekeurig moment kan worden opgeschrikt door partijen die zich inkopen om heel specifieke redenen die tot nu toe niet het algemeen belang vooropstelden.

We zien dat die partijen die de schakels (gateways) tussen de vier netwerken in handen hebben de facto de nieuwe machthebbers zijn. Het zijn commerciële spelers met als doel winst te maximaliseren voor hun aandeelhouders. Is dit het einde van ons maatschappelijk project : de democratie?

Als eindgebruiker ga ik niet één provider inhuren om de data die belangrijk zijn voor mijn gezondheid en een andere om de dat van mijn huis van betekenisvolle diensten te voorzien en nog én om mijn mobiliteit te stroomlijnen, nee, ik ga een fixed fee betalen aan die partij de mijn het gehele scala aan diensten kan leveren. Vroege heette dat: belastingen betalen aan een staat in een samenleving waar ik middels stemrecht een klein onderdeel van kon zijn. Ik ga ook geen auto of wasmachine meer kopen. Leasen is het logische business model in IoT, want aan elk object zijn sensoren verbonden en een data verbinding die of even lokaal data opslaat (Fog) of direct data doorstuurt naar een online verbinding (Cloud). Als er iets kapot gaat moeten die drie partijen (diegene die de wasmachine maakt hoeft niet diegene te zijn die de sensoren maakt en levert en dan is er nog de kans dat er iets met de verbinding misgaat) er zien uit te komen.

Dit leidt tot een situatie waarin burgers steeds meer diensten niet meer bij de staat, maar steeds meer bij een parallelle laag halen die de meerwaarde die ze verdiend niet lokaal investeert.

Ik schat dat deze situatie binnen tien jaar voor een grote kloof tussen mensen die slimme diensten kunnen betalen en zij die dat niet kunnen zal leiden. Het zou nog sneller kunnen gaan.

Op een dag nog net voor de eeuwwisseling vind ik ergens in een mail een aankondiging van een Conferentie in Jönschoping van een of andere groep die later onderdeel bleek te zijn van een EU onderzoeksprogramma i3, Intelligent Information Interfaces. De Conferentie heette Building Tomorrow Today.

Als ik aankom is het vrij fris. Ik heb loopschoenen bij me en besluit toch maar ’s morgens rond dat meer daar te gaan joggen. Er is mist, ik loop op een mossig paadje naast het water. Er is helemaal niemand. Meer mist. Nu ook over het water. Het ziet er geweldig mooi uit. Ik proef bijna de dauw op de takken. Het leek me niet onjuist om op dit pad een afslag te vinden naar de open plek in de bos, aletheia,zoals de Ouden er over verhalen, de open plek in het bos waar het vermogen tot het zijn zelf van betekenis moet leven. Ook zie ik in een flits bijna in het midden van het meer een blinkend zwaard recht uit het water omhoog schieten zonder enig schuim of rimpeling. Zo hoort het denk ik en ik strompel – want ik ben geen loper – verder.

Bij de registratie zie ik Cathy Brickwood. Ze is directeur van het Virtueel Platform is was net zo geïntrigeerd als ik door deze Conferentie maar ze kende al wel wat mensen en wist het al iets beter te plaatsen. Ik verlies haar uit het oog bij de demonstraties van smart homes, smart work, smart health en smart van alles. Ik schuif aan in de grote zaal en wacht met een man of honderdvijftig, tweehonderd op de openingsspreker. Later besef ik dat dit de crème de la crème is van de Europese computerwetenschappers en ingenieurs. Zij staan aan de wieg van wat nu Internet of Things heet en toen nog ubiquitous computing of pervasive computing of ambient intelligence. We lopen daar nog voor als EU. Time Magazine plaatst een artikel over Things That Talk en de Europese projecten. Maar dat weet ik dan nog allemaal niet. Ik weet niets. Ja, ik had een artikel gelezen over RFID van Charlie Bertsch in Wired maar dat was het zo’n beetje. Mijn achtergrond ligt in literatuur, hypertext en interactieve media en kunsten.

In mijn wereld, mijn hele leven lang, is alles met alles verbonden. Ik praatte met mensen lang voor het world wide web. Nu mail ik ze gewoon, dat is wat sneller. Ik omarm geen boom, maar kan een boom wel snappen denk ik. Ik leef altijd in een tussenruimte, daar waar tussen de dingen en de mensen mogelijkheden ontstaan. Mogelijkheden die onvervuld kunnen blijven, half waar zijn of niet eens een kwart waar, of toch stiekem op radicaal andere wijze kunnen uitkomen. Het laatste wat er in die tussenruimte leeft is eenduidigheid. Eenduidigheid leeft in de dingen (ja, ik wil ook dat mijn wasmachine het doet) of in de mensen (nee, ik wil ook niet overvallen worden en als dat gebeurd wil ik dat mijn overvaller middels zo objectief mogelijke wetten wordt vervolgd), maar het is van levensbelang dat er een tussenruimte is waar de randvoorwaarden van al dat was , is en zal zijn open zijn, meerduidig en zelfs onduidelijk of onbegrijpelijk.

U snapt dan ook dat aan de grond genageld zit als de eerste spreker opkomt en zegt: Jongens, over een jaar of tien hebben jullie allemaal en Bluetooth ring. Je loopt in het bos. Je wilt iets wat over die interessante boom daar. Je richt je ring op de boom en look, a screen will pop up and tell you everything you need to know about that tree.

Ik weet eigenlijk niet meer goed wat ik deed of dacht, maar ik was misschien wel voor het eerst in mijn leven me bewust dat er een absolute vijand was en dat ik die hier zag. In het denken van Carl Schmitt staat het vriend-vijand denken centraal. Er zijn twee soorten vijanden. De Wirkliche Feind is de echte objectieve vijand, herkenbaar en gemakkelijk bevechtbaar in concrete situaties. De Absolute Feind is ‘die eigene Frage als Gestalt’, en wie gaat er nu ooit van uit dat je dat letterlijk meemaakt? Voor mij werd het voor mij onuitspreekbare uitgesproken. Wij gaan die tussenruimte, die open plek in het bos volbouwen tot er maar één mogelijk antwoord uit kan komen, dat wat wij precies willen horen. Alsof alle poëzie in een vreugdeloos vuur verbrand werd. Ik was erg van slag en eigenlijk ben ik dat nu nog altijd. Ik kan het niet anders zien als een aanslag op dat wat fundamenteel menselijk is. Twee minuten later zie ik natuurlijk glashelder dat mijn soort intelligentie ook niet het alleenrecht op de waarheid heeft. Wat ik meemaakte was dat er twee pure uiteinden van soorten intelligenties tegenover elkaar stonden. Of ja, eigenlijk niet tegenover elkaar. De spreker had het gelijk aan zijn kant en de toekomst en honderden ingenieurs, computerwetenschappers en designers (want I3 was erg goed opgezet met echte scholen, kunstenaars en ontwerpers en etnografen) en ik, zat daar maar in het publiek stilletjes te sterven.

De Slimme Stad zat als concept al in dat voorbeeld van Bluetooth en de ring in het bos vervat. Wat is de essentie? Er is een man met een slinger. Steeds meer onderdelen van die slinger krijgen een mechanische component. Er komt een punt dat er minder handenarbeid dat altijd minieme afwijkingen heeft, nodig is en meer machines die steeds perfect hetzelfde effect bereiken met eender welk materiaal. Die machines moeten goed worden verzorgd en ze worden ondergebracht in fabrieken en clean rooms, volledig stofvrij. In de afgelopen eeuw zijn deze ruimte uit-geoptimaliseerd, niet één proces kan nog beter, sneller, och ja er zijn nog procenten te halen met pre-predictive maintenance, dat wil zeggen het nog juister voorspellen wanneer een machine het zal begeven, maar laten we eerlijk zijn, daar valt geen eer aan te behalen. En nu elke gesloten ruimte niet meer efficiënter te maken valt, richt de blik van de wil tot controleren zich op de open ruimte – de gaten tussen de gesloten omgevingen – het ooit volle, ware, blije, heerlijk juichende (ik overdrijf) gewoon alledaagse leven. Dat kan toch veel efficiënter? De slimme stad is het speerpunt in deze mentale operatie. Het speelt zich echt voornamelijk in ons hoofd af. Voordat de slimme stad waarin alles wordt gemonitord immers een feit kan worden, moeten wij als burgers eerst stilletjes gaan geloven dat het alledaagse leven net zo geregeld kan worden als de productie van dingen in een fabriek. Wij moeten eerst onszelf verdinglijken, ook al klinkt dat wat opgesmukt. Toch is dit precies wat er aan de hand is. Als we niet eerst zelf vragende partij zijn voor meer regulering kan de slimme stad niet als een ‘oplossing’ daarvoor worden gezien. En ze moet toch een oplossing voor iets zijn, waarom zouden we er anders zoveel geld aan besteden?

In Midwhich Cuckoos beschrijft John Wyndham hoe in een dorp in het zuiden van Engeland op hetzelfde moment alle vrouwen zwanger zijn. Negen maanden daarvoor gebeurde er iets vreemds. Er bleek een onzichtbare maar ondoordringbare koepel rond het dorp te liggen waar iedereen een dag lang in diepe slaap was verzonken. De kinderen worden geboren en wat zijn ze mooi en sterk. Er is een filosoof in het dorp. Het valt hem op dat de kinderen erg aan elkaar hangen. Het lijkt wel of alle meisjes samen reageren als één meisje. Bij de jongens van hetzelfde laken een pak. Hij begint er beter op te letten en ja hij stelt vast dat als één meisje iets leert, alle meisjes diezelfde vaardigheid blijken te bezitten. Ze zijn telepathisch en communiceren op een manier die onze middelen ver te boven gaan. Om een lang verhaal kort te maken en een prachtig verhaal van alle morele overwegingen van onze filosoof, op een dinsdag rijdt hij een vrachtwagen vol explosieven naar hun boerderij en blaast zichzelf met hen op. Het is de enige uitweg die hij ziet. Hoe kan een samenleving die opgegroeid is met een begin, een midden en een eind; een sprookje en zo traag is als de zwakste schakel een intelligentie die samen denkt en leeft? Dat is volslagen onmogelijk. En nu worden wij dagelijks geconfronteerd met deze situatie die in de jaren vijftig alleen nog als science fiction gedacht kon worden. Helaas kunnen wij de gehele jeugd van tegenwoordig niet opblazen. Met sociale media, wearables en nog meer sensoren die realtime data gaan distribueren zijn we aanbeland in een situatie zoals beschreven door John Wyndham. Iedereen die opgegroeid is in het web snapt niets van zijn of haar ouders, van de wereld op zich, van de gescripte en onnatuurlijke complexiteit van die wereld die niet klikbaar is en waar niet alles samenwerkt of API’s heeft.

Alle kwaliteiten om positief te gaan werken met de connectiviteit in Internet of Things zijn aanwezig. Een generatie Millennium die niet bang is van de samenhang, die begrijpt dat de wereld en de politiek als een georganiseerd netwerk – een platform – moet opereren, die lokaal wil investeren in waarde (zie de G1000’s, de explosie van buurt initiatieven, Peerby, thuisafgehaald.nl, die snapt dat leasen het logische business model is in een wereld waar apparaten online zijn (autodelen.nl, deelauto.nl, meolease.nl voor wasmachines…) en die bereid is na te denken over privacy als privacies, profielen van jezelf die samenhangen met activiteiten die je doet. Ik ga winkelen, dan zet ik dit profiel op mijn telefoon en ben ik zo aanspreekbaar en zo niet.

Als we Internet of Things maatschappelijk met zoveel mogelijk stakeholders uitdenken dan kunnen we Nederland zien als een platform met de grootte van een Chinese middelgrote smart city die nu worden gebouwd. Nederland is altijd sterk geweest in het juist op tijd vervellen van organisatorisch model. Daar is altijd onze rijkdom en welvaart, en daaraan gekoppeld breed sociaal project aan te danken geweest.

Het is tijd voor een breed maatschappelijk debat.

Eén ding is zeker. We kunnen niet terug.

Rob van Kranenburg is oprichter van Council, theinternetofthings.eu en 9 april, Internationale Internet of Things Dag, iotday.org, 9 April.

kranenbu at xs4all.nl

Published in: on January 30, 2015 at 2:37 pm  Leave a Comment  

Intelligence at the edges and a hungry heart

B13ytfVIIAApuyu.jpg-large

 

©aZa⭐FoTos

Published in: on November 8, 2014 at 1:31 pm  Leave a Comment  

How to negotiate IoT into a political reality, or on How Not Having IoT is ‘Evil’

How to negotiate IoT into a political reality.

Rob van Kranenburg

kranenbu@xs4all.nl

One third of all cars at any given moment in the city is searching for parking in the center. Yet car sharing is not immediately an option for most people. It has to meet certain standards and be convenient. The negatives of too many cars are obvious: pollution, traffic jams, congestion of public transport as well. Currently the time tables on the busses do not yet show real-time waiting minutes. Yet, as one third of all cars in the city are looking for a parking spot sharing information about parking spaces in real time would help to solve the parking problem, needless fuel consumption and traffic jams.

In mapping the stakeholders we see who is involved: citizens, commuters, city council, city planning; maintenance, public transport, pedestrian, city bike renting bikes, parking services, traffic police, and taxi drivers. The main issue is on routing and timing. It takes places mainly in the city center but also the problem is seen to be spreading out over the city. The problem is worse during the morning (parents drive their children to school), in the weekend and during the rains. We have different groups of people who are faced with the issue because of different reasons. It seems that what they need is some kind of city dashboard that shows them open spaces, traffic congestions, planned maintenance, potential upload of alerts (fix my street) that pushes notifications to smartphone apps (or wearables), on hyper-local climate, hyper-local news for individuals and groups (for example parents allow their children to bike to school through traffic free zones during the morning, escorted by students) offering citizens information on the best time to leave the home, which route to take, which people are taking the same route at the same time (potential car-sharing) and what type of weather is expected throughout the day. Interesting scenarios evolve around microclimate; is it possible to predict hyper-local weather and thus steer biking, walking and bus routes?

One of the key elements that runs as a thread through the ideas in the first IoT and Smart City workshops that we held in Novi Sad and Santander as part of the EU project Sociotal.eu was the notion of exchange and facilitating exchange. It built on the fix my street and smart gardening where the idea is that incentives drive behaviour: “As the area gets cleaner, all the people in the street benefit. As you have helped to make the street cleaner or water the plants you feel more part of the process, you get a feeling of self-satisfaction and maybe a feeling of ownership, like in I did that! This feeling of ‘pride’ and being recognized for having done what you did in the street can give more motivation then money. And from these small steps we have to work on the mentality change that is needed. Positive feedback is essential for everybody in the process to stimulate self-organization and a sense of community.”

It was therefore decided that further work in Novi sad will be around this exchange platform with key stakeholders in that case; the building janitors and selected occupants, building management professionals, (chosen by the inhabitants) presidents of apartment blocks, maintenance professionals, and a representative of DUNAVNET, developers partnering in Sociotal.eu

Janitors and building managers are pragmatic and solution oriented people. They quickly decided to focus not on community issues around the houses and in the neighborhood but on internal question in the building management. A recent law stipulates that every building has a chosen president. In the meeting we learned that some presidents want to professionalize more in what they do and service more buildings. Could SOCIOTAL assist them and build incentivizing mechanisms for different stakeholders to facilitate this?

Inside the building a number of issues can be investigated: flat roofs leaking water, fire security not up to date, sewage and heating systems, security, the noise of different life-rhythms in community spaces, the community police not being taken seriously, and the issue of the maintenance of the elevators. The participants decided on the latter as the key issue:

–           a new law requires certification but there are only three institutions who are able to do this. Remote management would be a huge time gain as now the permits take very long and the elevator can not function without the certificate

–           every elevator has its own closed software system. There is no back up of its history, only a maintenance book that could be anywhere in the bulding and is a single copy that could get lost

–           quality control could be ensured by monitoring the elevator

–           monitoring the elevator could also give insight into its use

The notion of a passport for the elevator was proposed (which could be extended to ‘heating’, ‘boiler’…) which could be triggered on a smartphone through RFID or NFC or a QR code. It would link to a webpage where data can be added and stored by different stakeholders: the owner, the companies, the building manager, the maintenance and the inhabitants of the building. It could also be read by the certification authorities that what need less on sight inspections. Such a system will bring transparency to the entire value model.

In these co-creation workshops that were done with Nathalie Stembert (http://stembertdesign.com/#subnav) it became clear that a key prerequisite for a smart city supported by citizens is transparency of the data and information flows for all the stakeholders involved. In the context of SOCIOTAL.eu this means in this case:

ν          an ecology of enablers: RFID, NFC, QR codes, barcodes

ν          a policy ecology of regulations (local, national and EU) on elevators

ν          developer communities that will be invited to participate in the SOCIOTAL toolkit and professional communities that SOCIOTAL provides incentivizing mechanisms for (in this case the Novi Sad building community) for further professionalization in becoming a Stakeholder Coordinator in IoT

ν          citizens that are invited to co-create scenarios that are meaningful to them, in this case by giving input to and receiving better services

The key elements of the vision as they were voiced during the discussion in the first and second workshop were:

a mentality change: “How can we all (ourselves included) make the switch from ‘This is their building’, to ‘This is our building, our street, our park?. This is a mindset change and extremely complex. Pretty much a lot of citizens are depressed. Youth unemployment is very high, much to high. There is a sense of togetherness that is missing.”

mixing public and private responsibilities: The funding should come partly from the government and partly from crowd funding and private donors as ownership must be taken by citizens and it should not feel as if everything is already decided. A business model could be on some basis of vouchers: I can donate time, money or can I buy a plant or tree? I have certain skills, can you use them? In exchange of what?

not inventing the wheel: use for example taskrabbit.com in the idea for the portal where citizens can log in and subscribe to donate a gift – time, money, a tool to a problem or cause in the street or neighbourhood.

Internet of Things can be the best possible feedback on my physical and mental health, the best possible deals based on real time monitoring for resource allocation, the best possible decision making based on real time data and information from open sources and the best possible alignments of my local providers with the global potential of wider communities.

Internet of Things is in its essence the seamless flow between the

  • BAN (body area network): the ambient hearing aide, the smart t-shirts…
  • LAN (local area network): the smart meter as a home interface,
  • WAN (wide area network): the bike, car, train, bus, drone…
  • VWAN (very wide area network): the ‘wise’ city as e-gov services everywhere no longer tied to physical locations

Whoever ensures traceability, sustainability and security linking up the gateways is de facto and de jure the new power. We see Google trying to achieve this with the Glass and Lense, the Google Power meter and NEST, the Car and automotive and the wooing discourse of public office by Eric Schmidt and google.org


It is crucial that we organize to create an open source competitor to these gateways to ensure that the future is not old style corporate but truly open, public and inclusive.

It means that the hacking community stops hacking dying systems (actually keeping them alive by even bothering) and start building these gateways.

Where to start is not that difficult. Any period that is able to negotiate its way onto a new level, not blocked by revolution or breakdown, uses the last remnants of power as leverage. In our case the last stronghold of nation states is Identity Management; the passport. Currently this passport holds an RFID chip in a piece of paper. Logically, the next iteration will be a device. The next democracy will no longer have politicians, governments or voting every four years. It will build social organization based on (semi-autonomous) real time decision making monitoring, actuating systems – direct democracy -, harnessed in the next passport as an IoT device and controller. The EU, for example, (or Brazil) offers a trusted platform (based on possibly Fi-Ware, IoT-A and other open source architectures) where citizens can manage all services. The device talks to only one set of platforms build on the same architectural principles. In the service store citizens manage their taxes, their health, education, energy…. The device acts as a controller and can assign objects to it (for example your car or washing machine…). DPC (Digital Personal Coach) allows a 500 million zone (Europe) or a 200 million zone (Brazil) to build new social networks, search engines and sharing mechanisms as well as it own hardcoded security protocols, set of preferred currencies and business models. Responsibility in this context translates as a new form of CSR; ethics in business models, these have to be developed alongside the DPC.

There will be strong objections to such schemes. Not only will it break IP and the current dependencies of the ARPA/Internet, redistributing value, wealth and power; effectively ending the American digital hegemony, this approach takes Identity Management to an extreme level of transparency of individuals in a (federated) system. The strongest reason for implementing this fast is that failure to do so leads not to an inclusive smart society, but a set of smart gated communities or smart cities that are build for 10-15.000 people. If one does not believe that this is the current trajectory of IoT then this is a pragmatic clean slate approach that buys time to negotiate with all stakeholders; citizens, SME and startups, industry and .gov what kind of smart society they really want, becomes less appealing.

IoT is a paradigm shift and an ontological change. Our very notions of what it means to be human and what it means to be ‚in the world’ are based on subject-object dichotomies. IoT brings a third party into the equation, a database, algos and scenario reality that is always present in any interaction between object and subject. This is not an indifferent reality, however, but one of real stakeholders and investors. The consortia that will decide the validity of that reality is the new raw power, much in the same way as some groups claim to represent or know the validity of ‚God’, the ‚law’, ’democracy’ , or the ‚normal’. The protocols and procedures then that will build the IoT; driven by the need to individuate all objects; RFID, and SAAS in every object that can hold some software, Ipv6 are not neutral in a technological but also not in a political sense. When EAN and UCC merged into GS1 and became from ‚dumb’ (barcode) organizations the potential Google of the 21th century proposing an Object Name Server, a database for all objects or ‚goods’), no standard bodies saw these potentialities. Since then – as organizations became aware of the enormous power that GS1 would have holding this position – there has been work on federation, but the basic premise still stands. IP too has huge dependencies. It is essentially a situation where we are using patch after patch trying to remedy flaws of a systemic approach for which it was not build or intended.

We know that the Internet and even the web as we know it were flukes, never intended to end up as they are know. That is the very reason that they came to exist. Engineering paradigm shift in broad daylight having everyone’s attention is far more difficult, if not impossible. You have to find a hinge somewhere, an opening that can really crack a system wide open. It has never worked by trying to persuade policy makers, standard bodies and a general audience. The ‚normal’, however brief in times of Internet and web (browser being just 21 years old) is too comforting and strong. Google did it with one patch on a search engine algo, Facebook did by grabbing the timing of Orkut and even succeeded with a Founder who called his first ‚friends’ ‚dumb fucks’, so it is not impossible that a service, a product or a wearable can grab that same kind of energy and enforce a new systemic approach. The strongest candidate, however, remains the passport. It is a product, service, potential controller (of car registration systems, and other identification schemes) and enabler/entrance to a system, all in one.

The main and basically only benchmark that we have to address in hacking into a zone of normality when the arguments to do so are not shared by a majority, is to prove that such a systematic approach would potentially lead to less evil. We can not prove that it will lead to a better distribution of wealth and value per se, or that Climate Change could be harnessed by full traceability of energy from consumer to industry to resource gathering, nor that direct democracy on all local decisions would lead to better resource allocation, nor that full traceability will eradicate corruption, nor that the IoT as a new ontology will bring out more naturally the talents in people and the resources for them to develop them. But we can set up an argument on the main reason why we would want a system that feels more just to dealing with diversity in species – animals, plants, humans, machines – allocating resources for specific purposes, identifying the side effects of particular materials (plastic, nuclear waste…) early and finding alternatives, in short a system that redistributes uncertainty and violence in such a way that all actors share equally its burden. We would prefer such a system to the current state of affairs, and believe such a system would systematically lessen the very potentiality of evil occurring.

John Kekes defines evil as follows: “The evil of an action consists in the combination of three components: the malevolent motivation of evildoers; the serious, excessive harm caused by their actions, and the lack of morally acceptable excuse for the actions. “ (Roots of Evil, John Kekes, Cornell University Press, Ithaca and London, 2005, p. 2) He continues to say that the explanation of evil has the following general characteristics: it is

Mixed because it involves the combination of internal-active, internal-passive, external-active and external-passive conditions;

Multi-causal because the conditions that jointly cause it vary with individuals, societies, times and places;

Particular because it involves the detailed consideration of conditions that differ from case to case”

It is important to realize this complexity can never be addressed in any systematic cybernetic scheme, but even more that according to Kekes: “Coping with evil depends on meeting these requirements, but meeting them will not make evil disappear once and for all because human motivation and the contingencies of life make evil a permanent threat to human well-being.”

The explanation of evil has the following particular characteristics:

If evil is unintentional, the explanation must identify the particular motive (internal-active condition), failure of misunderstanding (internal-passive condition), circumstances eliciting response n(external-active condition), and weak prohibitions of evil (external-passive condition) that jointly are the causes of evil;

If evil is intentional, the explanation must identify the motive and the circumstances eliciting response, but there will be no failure of understanding, and prohibitions of evil may not be weak

 

Given this explanation, coping with evil has the following requirements:

 

The cultivation of moral imagination because it changes the internal conditions and makes evildoing less likely

The enforcement of strong prohibitions because it changes the external conditions and may deter evildoing;

Enforecement by threatened or actual punishment for violations;

Holding evildoers responsible for both their intentional and unintentional violations, provided they have the capacity to foresee the readily foreseeable consequences of their actions; or excusing them if they lack the capacity.” (242-244)

 

We now have to argue that a cybernetic system of give and take 500 million people in a federated (privacies- build) platform would have a better chance of enforcement, prohibition, and responsibility upholding. If this is the case, the combination of these three requirements will lead to less evil and how can one not be for such a situation? In New Instruments of Governance for our Societies van Kranenburg and Gluhak argue for ICT technologies to play a more prominent role in supporting the governance of our society and explore the vision of how a pervasively deployed Internet of Things together with recent advances in social signal processing and persuasive technologies can enable new ways of decentralized governance. (PerCom Workshops 2012: 191-196) The smart city projects all demonstrate a level of control over situations, domains and infrastructure. The very nature of the drivers of IoT, RFID and Ipv6 embody authentication, friend-foe, traceability and accountability. We can then safely state that IoT and the proposed cybernetic system meets three out of four requirements that Kekes holds to be crucial to cope with evil: enforcement of strong prohibitions, enforcement by threatened or actual punishment for violation, and holding evildoers responsible.

 

If we can argue positively that IoT and the proposed scheme is instrumental in identifying personal talent as well as offering potential assistance in nurturing these talents, in giving feedback on physical and mental health in a way that is unmatched by current medical facilities, and in creating social cohesion because of the transparency and balance in providing resources, then we also have a positive match with the first requirement: the “cultivation of moral imagination because it changes the internal conditions and makes evildoing less likely.” It is then no coincidence that key elements coming from the co-creation workshops with citizens and developers above were:

 

  • a mentality change: “How can we all (ourselves included) make the switch from ‘This is their building’, to ‘This is our building, our street, our park?. This is a mindset change and extremely complex. Pretty much a lot of citizens are depressed. Youth unemployment is very high, much to high. There is a sense of togetherness that is missing.”

 

  • mixing public and private responsibilities: The funding should come partly from the government and partly from crowd funding and private donors as ownership must be taken by citizens and it should not feel as if everything is already decided. A business model could be on some basis of vouchers: I can donate time, money or can I buy a plant or tree? I have certain skills, can you use them? In exchange of what?

 

  • not inventing the wheel: use for example taskrabbit.com in the idea for the portal where citizens can log in and subscribe to donate a gift – time, money, a tool to a problem or cause in the street or neighborhood.

 

They are basically reiterating the requirements of Kekes, but are not aware of the deep level of human intentionality they are basing their preferences and urgencies. To speak in terms of ‘good’ or ‘evil’ needs a specific context that is difficult to situate in everyday practices, yet the three requirements that citizens feel to be key in shifting into a connected world match the requirements of Kekes: a mentality change that can only be fuelled by debate, discussion of alternatives, thus in stories and in the imagination, and managing external conditions by mixing public and private responsibilities. I want to argue to not inventing the wheel, points to the proposed passport-device plan. Simple, elegant and easy to implement in our current connected world. More importantly, I believe to have demonstrated to implementing this scheme will lead to less evil. Do not tell me, that you want otherwise? Or, if you do and want to keep the current situation stable, do then have the guts to speak, out and say; I willingly and purposefully choose the current state of affairs over a course that would bring less evil. I guess that would make you….:)

 

 

Published in: on November 2, 2014 at 5:34 pm  Leave a Comment  

no match for the Jack of Hearts.

Endgame

The engineers took us to realtime.

They thought it was an empty space.

But we live there, in dreamtime.

We were caught by surprise in the plains.

The Rain Dance went limp.

They caught us fishing as Aborigines and slaughtered us, filled our minds with cluttering noise and meaningless chatter, chatter, chatter.

Thinking we would lose the open line

And for a while, we did.

This time we occupied the space not only with our own tools and dreams, as we live, but with their own tools and logic.

We learned about deliverables and milestones.  Where would these lie, I wonder, these stones?

RFID and IPv6 and we saw it was doable,

in fact simply waves.

We learned about projects and reviews and found that we can do them in three seconds flat and pass these reviews overcoming our fear of failure in anything we have not thought up from point zero.

We are here.

You will see us when we see you.

Do not be afraid, we will work with you and all your structures.

Yet all your assets – as you call them – are belong to us, to none, no one in p a r t i c u l a r.

And remember, if you will, the actor,  the Jack of Hearts

who had business back in town,

business back in town,

as we are growing up,

no match for the Jack of Hearts.

Published in: on May 2, 2014 at 2:15 am  Leave a Comment  

Privacy

In his autobiographical story of his life with gypsies, Jan Yoors writes how hard it was for him to be outside in the open for weeks on end. At times he longs for a door and to be able to lock it. The gypsies understand him, but for them privacy is a state of mind: “…privacy was first of all a courtesy extended and a restraint from the desire to pry or interfere in other people’s lives. However, privacy must not be the result of indifference to others, but rather a mark of respect for them and of real compassion….”

Published in: on April 19, 2014 at 8:34 am  Leave a Comment  

Designing resonance

When I first started to think about this space it was called ubicomp, pervasive computing or ambient intelligence. These terms denote the move to the interface and design of systems as they get close and closer to humans in everyday living environments. In the text Mapping territory (July 2003) I started with Dreams of a Final Theory, where Steven Weinberg speaks of the “spooky ability of mathematicians to anticipate structures that are relevant to the real world”.

This text I said, “is about the spooky ability of designers to do just that, to anticipate structures that are relevant  to the real world, however spooky the real world might become. Rereading this a decade ago, I think I can safely say that those questions are still highly relevant:

How hard it is to write about a world becoming strange, or new, or spooky, after the dotcom crash, after the high hopes of increasing productivity through IT, of readers and writers becoming publishers both , of liberty finally around the corner: a product to be played out in all kinds of gender, racial and cultural roles, a process to drive decision-making transparency in both offline and online processes.  Only to have woken up to the actual realization of a highly synergized performance of search engines and backend database  driven visual interfaces. Postmodern theory, open source coding and multimedia channeling promised the production of a new, hybrid space, only to deliver the content convergence of media channels.

And yet, I claim that we are in the progress of witnessing the realization of such a new space. In places where computational processes disappear into the background – into everyday objects – both my reality and me as subject become contested in concrete daily situations and activities. Buildings, cars, consumer products, and people become information spaces by transmitting all kinds of data through Radio Frequency Tags that are rapidly replacing the barcode. We are entering a land where the environment  has become  the interface, where we must learn anew how to make sense.

The design challenge we are facing now is reading the flowing reality of our surface. How to store real-time information flows? How to chart them? Which are our seismographs? How do we match real-time processes with the signified that they are supposed to signify? How to find ways of deciding what is data and what is not data in the space of flows?

Every new set of techniques brings forth its own literacy:, the deliberate attempt of a technology to disappear as technology, implies that designers not only produce new products but also the process procedures that gave birth to these products in these first place.

The main question from a design educational point of view then concerns the kind of skills and kind of literacies that a designer needs to function. And these turn out to be those that are most foreign to an educational practice today, as this new situation needs designers that can assess emergent literacies, unforeseen uses, unintended use, and resonance – not interaction – as the key producer of causalities. For such a designer the default position is one of uncertainty, of being able to cope with a continuous delaying of the act of closure, of an ‘end’.

As the environment becomes the interface, where is the company dashboard, the familiar readers of situation, actions, scenarios? What becomes the toplevel skill in this environment? Serendipity used to be an interpretative tool, the skill to lay bare hidden connections. Now the ability to read data as data has become the top level skill. How else are you going to make sense of the serendipity that is scripted into your profiling strategies? How do you differentiate between content and context is your content is inherently contextualized?

In a ubicomp environment,  architecture will become once again the core unit of design. For something has fundamentally changed; the very nature of information itself, no longer analogue, no longer digital, and not hybrid neither: buildings, cars and people can now be defined as information spaces.”

I am therefore very happy to announce the IoT-A book: Enabling Things to Talk: Designing IoT solutions with the IoT Architectural Reference Model. This book, an open access book so free for download (see below), is the first comprehensive overview of the European Architecture Reference Model (ARM) for the Internet of Things. It includes both a reference manual and numerous best practices and tips for implementing the ARM and is written in cooperation by leading software and solution providers (Alcatel-Lucent, IBM , Ericsson, NEC, NXP, SAP, Siemens) and top-level research institutions.

The Architectural Reference Model (ARM), presented in this book by the members of the IoT-A project team driving this harmonization effort, makes it possible to connect vertically closed systems, architectures and application areas so as to create open interoperable systems and integrated environments and platforms. It constitutes a foundation from which software companies can capitalize on the benefits of developing consumer-oriented platforms including hardware, software and services.

For the past two years I have been engaged as Stakeholder Coordinator for IoT-A and have been familiarising myself with the way how software architects aim to model real world environments infused with IT (or the other way around). I have founded Council in 2009 in order to build a news and events site (Council as a knowledge partner) that gives an inclusive view of the IoT space. As an engineer you see items from different domains such as design, usability and societal aspects not as the ‘other’ but as equally necessary building blocks in the architecture of ‘smart’ worlds and ‘smart cities’. As a designer and artist you might begin to realise that there are potential frameworks in which your skills and expertise can work together with others in order to help build a fully transparent world that is able to face Climate Change as it monitors in full traceability, corruption and greed (as everything comes to light), and facilitate an internet of neighbourhoods and communities that produce hardware and infrastructure locally like in so many centuries before us.

Read more in:

Towards Designerly Agency in a Ubicomp World, In: Tales of the  Disappearing Computer, Kameas A., Streitz, N. (eds), CTI Press, 2003,  pp. 119-127.

Enabling Things to Talk: Designing IoT solutions with the IoT Architectural Reference Model Bassi, A.; Bauer, M.; Fiedler, M.; Kramp, T.; Kranenburg, R.; Lange, S.; Meissner, S. (Eds.) 2013, X, 349 p. 131 illus., 116 illus. in color.
ISBN 978-3-642-40402-3

Published in: on November 20, 2013 at 9:23 am  Leave a Comment  

IoT and the building of new elites.

A few years ago we were looking for a relatively small amount of money to invest in Pachube. EU VC said: there is no busines case. That may well be still, but the message we got is there is no EU mentality, responsability or ‘style’. There is no attempt to keep EU startups European. The idea that Europeanness might be a set of values worth fighting for does not have a strong voice in an elite.

The notion of what constitutes an elite can change as does its nature. It has acquired a kind of negative connotation associated as it has become with the idea of quality and exclusion. As if it takes heritage, money or a set of fixed qualities. I would like to argue that this superficial analysis was always problematic as elites historically have been very diverse, in flux and organized around a particular intelligence or sensibility if you will- that was able to read the sign of the times.

It has always been the task of elites to be a bridge between old sclerotic systems and sclerotic people clinging to solutions tuned to past situations and the breakdown and bloody revolutions pregnant in the rising contexts rearing threir heads and getting worked up as they see no productive and joyous way into the contexts as they appear to them.

Rarely have elites aspired to rule themselves and when they did it was always fatal as for better or worse its members make lousy dictators, lousy democrats, lousy revolutionaries, lousy whatevers as the Nr. 1 position that is implied in all these former actualizations does not suit them. In those days of strategy and tactics, time operating on the side of the young and ‘new’, space on the side of old and invested powers of place and resources, all was clear and in the open (even if it was hidden).

We see the remnants and pathetic outro’s of this particularly stupid way of looking at reality (in Ortega Y Gasset’s assertion that time and space are the absolutely stupid aspects of the universe) by the security and military sclerotic forms of ‘intelligence’ as their sad and futile attempts to guard an item level security in the days of lilypads running on t-shirts, leads them to believe that ‘security’ can be found in harvesting every item and bit of data on the planet. No real intelligent elite can even contemplate to work for such deep misunderstanding of what life, living and feeling secure is about. Hence Assange, Chelsea Manning, Snowden, Jeremy and mamy more to come and respect to them. Creativity and intelligence is leaving or not even entering, inevitably leading to obsessive compulsiveness and paranoia as those who stay were never the most open and bright in the first place.

Feeling secure entails the human capacity for dealing with adversity and unforeseen circumstances. Create an environment in which nothing ‘bad’ can happen and you create a generation without resilience, creative impulses and need to innovate. Feeling safe has nothing to do with feeling safe.

Rarely have elites been timely and decisive. The German Kreisau Circle has laid some theoretical foundations it can be argued for the current paradigm of local and peer to peer, as it focused on an extremely decentralized Germany in an equally decentralized but still united Europe, building on a horizontal scaling of local communities that would share infrastructure and resources. This mix of Christian inspired philosphers, Army officers weary with SS brutality (but a large part of them did not condone the Blitzkrieg), and German nobility adhering to a certain syle and strong values of service, was not very well organized but was the logical context for the von Stauffenberg attentat and subsequent brilliant conception (but lousy execution) of hiding a revolution within an existing official plan for countering a revolution.

The Russian Beseda Circle loosely organized itself some fifteen years before the 1905 Winterpalace massacre that turned the popular tide fully against Tzar Nicholas II. It consisted of a wide range of extremely conservative nobles, socialist and liberal gentry as well as the oldest families in the Russian Empire united in their common belief that withour real reform and real changes in the decision making structures of the country it would lead inevitably to bloodshed and breakdown. These were no Kropotkins or Tolstois, they had no anarcho-communist vision at heart and were largely motivated by self interest. Yet they made the same analysis as the anarchists, Lenin and the communist revolutionaries. There was no more common sense nor balance in the systemic architecture of their time that could be supported by a convincing structural belief system from which an everyday ethos for practical living could be derived and sensible business models could be deducted from. The story had dried up, the protagonists were no longer believable to the audience nor the critics, the actors nor the author and even the props started to complain.

The Beseda Circle was not able to organize a space where all parties could feel comfortable for a while. Although not persecuted by Nicolas (the members were too close to him) the Circle was banned and would never be productive. For the anarchists and communists it was nearly impossible at that time, without data, without an internet, without social networks, without cheap hardware, software, data space storage and analytics, to see that there was a deep common interest between the Black Hand and the Beseda Circle. And as a new ontological space was born, it was filled with blood and violence and petty minds.

Let’s learn from these examples.

Last year I was invited to the GFF Forum in Rome by the US State Department and the Italian Intelligence Community to talk about Internet of Things. The outcomes of the breakout sessions of the somewhat 150 intelligence and security professionals describing the 5 major current threats were one military, two DIY biology and twice the  total breakdown of society because of the inability of the state to deal with the digital was the key scenario. Among the most important threats in terms of individuals and groups a new figure had arrived on the scene: the superempowered individual who because of cheap investments of time and the cost of an url or twitter profile could build up a presence in the world in a pervasive way; omnipresence at the cost of a fistful of dollars.

Rarely have elites behaved so extremely responsibly, as they do now. These superempowered individuals are not only growing in number day by day, they are also organizing as they deeply favour cooperation over competition, sharing over isolating data, simple pleasures over expensive luxurious showoff, and the best and brightest among them have allowed their egos to be broken and their wings clipped lest they keep stumbling like Baudelaire’s albatross through scene after scene century after century. They are deeply unweary of monitoring every step they take as this will just show that they work hard, live simply and try to do the ‘right thing’ within the grey zones of their individual agency in every practical setting. We pick litter from your streets! I don’t see them calling for revolution. I don’t hear them advocating stop paying taxes or dues to this dying and deeply rotten capitalist system. No, they start up open hardware everyday appliances on Kickstarter and Indiegogo, no longer believing in macho one size fits all ideologies. They crave a different kind of buzz in deed.

In fact there is a new Beseda and Kreisau Circle forming and that is the Internet of Things itself. It is an operation of the scale and scope of fire, wheel and book as it operates in the liminality of all types of activity; it is connectivity itself. It is therefore not unusual to have usecases on health, predictive maintenance, smart dust, IpV6, smart home and city, RFID slaughtering, OneCard pilots (shop, park, home…) co-existing in a single day of an IoT Conference. IoT is itself the new Circle, drawing everything in an equal data reality. Biased? Sure. Potentially better then what we have now? Personally I say yes. I do not have to convince you. You either see it or you don’t. See you when you get there!

Published in: on November 14, 2013 at 1:25 pm  Comments (1)  

An old fashioned story along the lines of Wilkie Collins and Charles Reade. In installments. Irregular.

Can we arrive at a shared analysis of the situation? Agree on objectives, a timeframe, metrics with which we can have some notions ourselves of reasonable success?  We are not do-gooders. We do not want to change the world. We are not here to clean anyone’s mess.

I have tasted a bottom up agency not dependent on money, heritage, interest, ego, but build on the efficiencies inscribed in mathematical and computational logic. Through this we have been able to organize and infiltrate in old institutions and organisations where by our very being we expose the overhead and legacy in the systems. What we want then is more of that. More open places where people can come to work and learn and can draw on any kind of dataset and any kind of repository of information as they see fit. I hope we can agree that this is what we want to achieve. An open global infrastructure of mobility, sewage, communication, production of a layer of non branded ‘white’ goods coupled with applications and services. Value is no longer tied to currency in such a system of full traceability (IPv6, 6Lowpan, RFID, sensors, QR codes, barcodes…), bartering schemes and bitcoin type of scenes of trust will replace the current travesty of ‘value’  and Ponzi schemes. I hope we can share these objectives.

If we do then we have serious work ahead. Before us there is very little to worry about. We can only harm or beat ourselves by not growing up into other and professional ways of working. We are not surprised by the NSA stories, smooth as Lester Sterling African Beat. It was their system from the start! If we share this analysis there is no more need to invest energies in hacking systems that are tied to dying models.

It is our job in the coming years to set concrete scenarios, set timeframes, our own metrics and indicators for success, decide about concrete actualisations to achieve these objectives (companies, projects, direct action, setting up or informing or taking over political parties… The crucial thing is that all these courses of action should be aligned and coordinated, not in leninist vanguard style, but in the Platformist form of Machno’s light organising.

We are gathering in the realisation that the window that is still slightly open, bringing us some fresh air, is closing down fast. All blocs are currently being governed by the security and military forces. They differ just slightly and gradually in look and feel. The military take half of the US tax dollar. For them it has become a luxurious lifestyle and no one ever asks for receipts or explanations of why and how things were spend. There is no way we can believe they will dismantle their own lifestyle. They will not hesitate to retreat fully from the commons into gated communities (already the fastest rising form of building in the USA). They have demonstrated throughout the past centuries to not hesitate killing to keep what they want. To a broader public drenched in Facebook and getting used to smaller cars, still not able to give up the notion of personal mobility wrecking the Climate on our Planet, we have to design different stories at the moment for unless they initiate contact when their unease or economic situation becomes too bad we have no examples of the Verelendung theory bringing real solidarity.

I want to focus on  a  possible trajectory to build an inclusive smart society by taking control on device level, platform and app store. The key is the device. Currently the passport is a piece of paper with a chip. The next logical iteration is a chip with a screen. There are over 80 tablets on the market that can be researched. This device preferably would be a foldable screen. That device becomes a gateway between citizens and services. On the application and developer side it is open source and open data. It can be modified and personalised. All broad regions build their own device, platform and app store. There can be seamless potential within each zone. Middleware filters between all zones and starts the slow process are creating a single device/protocol that acts more as a gateway then as a firewall. To an individual the device as also a controller and things can be assigned to it so to become a ‘tribe’.

Is this a bad solution?
Yes, a very bad solution.
Then again I have come to the conclusion that to bad wars only equally bad solutions apply.

Once upon a time, as I went on my way, I had no clue thinking I was meant to find a door. It took me fifteen years, and so the door found me. Somehow I think it it important to write this down, but I must confess it tires me. There is too much ‘I’ in this tale. Then again I have tried so hard to find a ‘we’. The places, the meetings, the quiet nights I spoke of ‘we; only to lose that thin line I tracked in your eyes. No there is no ‘we’. I find friends, I find traces, I see similarities, I sense a tribe out there. I realize now that I won’t be me organizing them. At most I can sound them out, make them visible for you for a brief moment. I don’t know. It just might be. It might be you. So follow me for a while and I will show you where that door is. If it is you, you will know what to do.

So I went on my way some fourteen years ago as I stumbled up a worthy cause and a true problem. I set out exploring the territory and as it was not mapped I tried to be among those to map it. I said a lot of things I should not say. Yet I did not lose track of the land. It has been such a long long time since we were united and as one across the open plains. I can not recall the moment, but I am talking about it in my sleep. Reality to me is four trains running side by side. Switching from one to another is just switching tracks. No time tables run these trains. All and every track is always there, realtime. This land of in between has been known to the poets, the witches and the troubled. Come to think of it the poets are the troubled with the gift of language of signs and the witches are troubled with the gift of the language of the body. So troubled is the constant here.

The violence of the ‘normal’ of the past centuries, build on competition, scarcity of resources as quality (totally arbitrary) and a particular kind of easily scared intelligences not among the brightest, has all but demolished those who have no filters and are pure sensibility. Moving, moving always moving from one place to another, they occupied the unseen, the in between, leaving open tiny gateways that the normal people thought they could recognize: a gallery, a poem, a story, a glance. Always they would miss the clue, yet they realized that in these efforts lay the notion of becoming itself. And they could not get to that. There was no way for them to control the key to creativity, to imagining the alternative – any alternative – to the very spark igniting old flames of freedom, dignity and service. Until they realized that if they were able to bring reality itself onto a plane where the very notion of mediation was brought into a closed space where every interface and interaction itself was controlled and controllable from the very first human interfacing with the world, that it would then be possible to script the very notion of the in between itself, thereby effectively turning every human potential into an act of consumerism of predefined and marketed building blocks.

So that is where we are. We can not hide the ugliness of the facts of today. If you have come this far, you know that from now on you can only trust a handful of voices. All else and everyone else as far as I can see is marketing. These voices are either paid by the conglomorates forming today around Industrial Internet, Internet of Everything and Internet of Things, or objective allies. You will hear a lot of so called critique and superficial criticism of the smart city, only to pave the mental way for its smooth gadgets and services.

So maybe everything is going to be allright, but we must admit only because everything is indifferent after all. For everything to going to be allright I am going to have to be clear and precise. I hate that. Clarity and me can not be in the same room, not even briefly. And the caravan? It ain’t moving.

I’m going to see if she has a coat so warm to keep her from the howling winds.

Published in: on October 8, 2013 at 8:10 pm  Leave a Comment  

The world, it will fade away. That’s all.

 A cold logic

Nor to pursue the atoms one by one,
To see the law whereby each thing goes on.
But some men, ignorant of matter, think,
Opposing this, that not without the gods,
In such adjustment to our human ways,
Can Nature change the seasons of the years,
And bring to birth the grains and all of else
To which divine Delight, the guide of life,
Persuades mortality and leads it on,
That, through her artful blandishments of love,
It propagate the generations still,
Lest humankind should perish.

On the Nature of Things
By Lucretius

There is a feeling I get when I look to the West, and my spirit is crying for leaving,

Stairway to Heaven
Led Zeppelin

And men is a giddy thing, Mumford and Sons sings. Oh man is a giddy thing. True. Men is the only species whose leadership is not tuned to the present or future but the past. Even the Dinosaurs did well until something wiped them out. I’m beginning to realise that this is not good or bad or even indifferent. It simply is. The acceleration in acceleration caused by the network is simply making this painfully visible. All positions that are claiming some kind of power base are not even going through the motions of change, not even in lip service. It also makes no sense to try to enlighten them, as their very position shields them from taking any message serious that has not been filtered through protocol or formatted in known verse. Again, I’m beginning to see that the only mistake made is by me. It is my own blind spot. How can I begin to think there could be a dialogue of bottom and top when there will be no more middle? Ha! Both caught in the same old logic. We are in the network. And unless we find a parallel track, we too will be caught in the cold logic of efficiency and security that will cause this world to fade away.

That process is described by the author John Wyndham:

The world, it fade away. That’s all.

John Wyndham

John Wyndham: Duel

“Department of Psychiatry
Forcetta Delano, Connecticut, February 28
Law Firm
Thompson and Thompson Handett
Philadelphia, PA
Gable Street 512

Ladies and Gentlemen,
On request, we have studied our patient men Stefan Dallboya and we have taken steps that helped to establish with certainty his identity. Please find enclosed the relevant judgment, according to which his claim to being actually Terencea Molton to be wholly unfounded.

How many more things that I wanted to learn! – What happened to my world? – I asked. – It seems to me that it was close to some great catastrophe. It was probably destroyed in the next world war?

– Why, no, it just faded away, like all early civilisations. Quite simple.

I thought of my time, with its complexities and conflicts. The mastery of space and the speed of developments in science.

– Just fade away! – I repeated. – That’s impossible. My world could not “just die.” Something had to have happened to lead to such destruction.

– Order killed it. The love of order is not nothing but a manifestation of a longing for stability. That longing is indeed quite natural – but its gratification is sometimes fatal. A favourable environment longed for the world to be static, and hence the world was static. Then of course the need arose for a new adaptation, but alas, that world was not able to adapt, and humanity died out quite naturally – as it has happened with many primitive peoples.

Clytassamine had no reason to tell an untruth, but it was hard to believe.

– And we had such great perspectives! Everything lay open to us. Science developed so intensively. We were even traveling to other planets and beyond … – I said.

– Yes, you were smart, like monkeys. Every invention was for you as a toy. Not fully understanding its true value. Just you started to use new layers on top of a system suffering from multiple sclerosis. And besides, you were like misers – each new discovery mistreated as a glamorous outfit covering up your old, dirty rags. All you needed was thorough disinfection.

– Such generalisations are very unfair to us. Our world was extremely complicated. We had many difficult problems.

– They related mainly to your forms and customs. Did you ever consider that life is a constant development? and survival a matter of embracing change? … You can not keep a local taboo as a perpetual truth and fight for life at the same time.

I thought about my current situation.

– What if I went back and told them what to expect?
The girl smiled.

– And you think – Terry, that they will listen to you, if they do not want to listen to their own philosophers?”

Published in: on May 1, 2013 at 6:47 pm  Leave a Comment  

The Internet of Things and the Future of Work

Generation Jobless; the global rise of youth unemployment, The Economist captures (may 2013): “More people are idle than ever…75 million people are looking for a job…the number of young people without a job is nearly as large as the population of America (311).

But does this mean that young people are not doing anything? Of course not. The problem is the definition of what a job is, what pay is is, what renumeration is and what it constitutes to be a ‘full’ member of society.

In a way, there is no issue at all.

Internet of Things easily solves it. We don’t need jobs. We need meaningful interactions.
WWWW| Work When We Want is a proposal by Konstantin Schmoelzer for a service available through mobile devices (iPhone, Android, iPad, etc.) and web browsers, which combines current existing established payment instruments focused on the domestic service sector with the convenience of online payment, an evaluation network to improve the quality of the market, introduction and matching of households with workers and packages to overcome bureaucratic barriers.

Can this system enable a new type of economic growth, namely ‘work where we want?

Sure!

If we build IoT (read the seamless flow between body , home, mobility and local decision making data streams) from the scale of a neighbourhood this area can be enhanced with as many and as wide a variety of sensors as possible. Workshops with citizens by local media activists and media labs will facilitate the adoption of this process and will enable the personalisation of these sensors through 3D printing and fablab tools. The technical challenge will be to build a neighbourhood dashboard that is privacies friendly. The research questions are: how granular can we make the input of the sensors; that is what kind of quality data can we retrieve, and how can this process lead to local decision making procedures in ‘light communities’. The design and interface challenge is about linking low tech with high tech for a growing elderly population.

In such a situation I can get ‘paid’ for helping to carry groceries up the stairs of my elderly neighbour, talking about math, helping to fill out a form….In Iot a single currency makes no sense, so this will not strengthen efficiency paradigms and turn every human act into a potentially quantifiable act. It breaks up this 19th century factory paradigm of working 8 hours a day. That really makes no sense anymore. It also breaks the educational deadlock as the only reason now for kids to be in school is that there parents have to work and can not host them.

But most importantly it stops this nonsense of talking about a ‘lost’ generation. There is nothing lost about them. Growing up in the browser they are the brightest generation ever, the kindest and the one most tailored to cooperation.
They know the ‘system’ of their parents is dead.

However, they are a transitional generation and still psychologically burdened by all this negativity as if they should still hope or long for that job that will not ever ever come no more.

We should stop that.

I stared for a long time at this picture.

Image
This is Madrid, 2013. These youngsters are dressed to party, but they are scavenging for food.
In the heart of the once so proud Spanish capital.
57% of them ‘jobless’.

MOTTO

Be ready for when they come
For they’ll be returning sure as the rising sun
Now get yourself a song to sing and sing it ’til you’re done
Yeah, sing it hard and sing it well
Send the robber baron’s straight to hell
The greedy thieves that came around
And ate the flesh of everything they’ve found
Whose crimes have gone unpunished now
Walk the streets as free men now
And they brought death to our hometown, boys
Death to our hometown, boys
Death to our hometown, boys
Death to our hometown
BRUCE SPRINGSTEEN – DEATH TO MY HOMETOWN LYRICS

Picture:
Daniel Ochoza de Olza
“People look for food in a trash bin in Madrid, Spain. Many stores throw out food when they close every night, and people often gather to look though the garbage bins. Photograph: Daniel Ochoa de Olza/AP”

Published in: on April 27, 2013 at 4:00 pm  Comments (2)  
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.